Nederlands English
 

NVP

2008-06-26

NVP licht standpunt carried interest toe in Tweede Kamer

De vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer organiseerde gisterenavond een rondetafelgesprek over het wetsvoorstel Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen. De genodigde fiscale adviseurs en wetenschappers hebben gezegd dat de bedoeling van het wetsvoorstel goed is, maar dat de uitwerking veel te wensen overlaat. De NVP protesteert tegen het feit dat de nieuwe wet in feite met terugwerkende kracht in werking treedt. Daarnaast heeft zij erop gewezen dat de vele onduidelijkheden in het voorstel leiden tot rechtsonzekerheid. De behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is uitgesteld tot september.

Voor het positioning statement van de NVP zie hieronder

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vaste Kamercommissie voor Financiën
Mr. R.F. Berck, griffier
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Amsterdam, 25 juni 2008

Betreft: Rondetafelgesprek Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen


Geachte leden van de vaste Kamercommissie voor Financiën,

De NVP stelt het zeer op prijs om uw commissie enige nadere toelichting te kunnen geven op haar standpunt inzake de belastingheffing over de carried interest.

Inleiding
Ruim een jaar geleden heeft uw commissie zich uitvoerig verdiept in private equity en hedge fondsen. U organiseerde een rondetafelgesprek waaraan ook de NVP deel nam. Ik kan mij niet herinneren dat de vergoedingen aan private equity fonds managers destijds hoog scoorden op de lijst van zorgen - sterker nog, volgens mij is er geen woord aan gewijd. Toch ligt hier nu dit wetsvoorstel. Wij moeten concluderen – en de Raad van State met ons – dat onze sector er in dit wetsvoorstel met de haren bijgesleept wordt.

Voordat ik op het wetsvoorstel zelf inga, noem ik graag eerst de belangrijkste kenmerken van onze sector, waardoor duidelijk wordt in welk kader de onderhavige beloningsdiscussie gezien moet worden.

- Nederlandse participatiemaatschappijen investeren overwegend in middelgrote bedrijven en starters; momenteel zijn er ongeveer 1050 Nederlandse bedrijven in portefeuille, waar 325.000 mensen werken;
- Participatiemaatschappijen investeren gemiddeld voor een periode van 5 jaar;
- Na een investering door een participatiemaatschappij gaan bedrijven meer investeren in R&D, opleidingen, machines en marketing ;
- Daardoor gaan zij sneller groeien wat betreft werkgelegenheid en omzet;
- Tenslotte: het kapitaal dat deze bedrijven ophalen bij participatiemaatschappijen kunnen zij niet krijgen bij een bank of op de beurs.
Dit is de rol van private equity in de Nederlandse economie.

Wat betreft het wetsvoorstel benadrukken wij nogmaals dat wij ons kunnen vinden in een evenwichtiger belastingheffing over carried interest voordelen van fondsmanagers, mede om een einde te maken aan de huidige praktijk van fiscale onzekerheid en rechtsongelijkheid tussen partijen.

Twee punten brengen wij graag onder uw aandacht:

1. Carried interest vergt risicovolle investering
In de huidige discussie en in de MvT op het wetsvoorstel wordt geheel voorbijgegaan aan het feit dat fondsmanagers risicovol investeren in hun private equity fondsen om carried interest rechten te verkrijgen. Er is geen sprake van dat zij bepaalde rechten om niet ‘verkrijgen’, zij investeren daadwerkelijk en nemen risico. Dat betekent dat zij af en toe hun geld ook echt kwijt zijn. Als men aan de voorwaarden van Box 2 voldaan heeft moet er duidelijkheid zijn dat voordelen ook als zodanig belast worden. Het huidige voorstel laat echter veel ruimte om alsnog in Box 1 terecht te komen. Dat schept ons inziens onnodige onzekerheid. Bovendien zou Nederland met een Box 1 heffing internationaal volledig uit de pas lopen. Wij doen aan u een oproep om de onduidelijkheden weg te nemen.

2. Materieel terugwerkende kracht
Het Wetsvoorstel bevat geen eerbiedigende werking voor bestaande lucratieve belangen. De waarde van het belang dat is aangegroeid vóór de datum van inwerkingtreding van het Wetsvoorstel, wordt bij realisatie na 1 januari 2009 volledig belast in Box 1 of wellicht Box 2. Waardeopbouw vindt in private equity portefeuilles echter door de jaren heen plaats. Dit betekent dat er inderdaad niet formeel, maar wel materieel sprake is van terugwerkende kracht. De NVP vindt dit onredelijk en acht dit een ernstige schending van de rechtszekerheid. Het schaadt bovendien de positie van Nederland als land met een fiscaal betrouwbaar vestigingsklimaat.

Kleine fondsen
Kleine venture capital en buyout fondsen worden extra geraakt door de materieel terugwerkende kracht. Daarbij moet vooral gedacht worden aan de Technopartner Seedfondsen, die onder de Regeling Seed Capital Technostarters zijn opgezet (maximale omvang acht miljoen euro). Dit zijn fondsen die zeer risicovolle investeringen doen, waarbij ook de managers een gerede kans lopen om hun investering te verliezen. Inmiddels zijn 17 seedfondsen opgezet met een beschikbaar vermogen van 120 miljoen euro en dus een grote potentiële impact op innovatie in Nederland. Bij de oprichting mocht men er vanuit gaan dat de voordelen uit de carried interest een compensatie voor hun investeringsrisico zou opleveren. Deze voordelen worden door de voorgestelde maatregelen geheel onder het nieuwe regime belast, mogelijk met 52%. Wij hebben diverse signalen ontvangen dat betreffende fonds managers van plan zijn hun seedfondsen te beëindigen. Dit zou een succesvol element uit het innovatiebeleid van de huidige regering teniet doen.

Oplossing: Eerbiedigende werking voor bestaande lucratieve belangen, althans die belangen die bestonden op 13 mei 2008. En als geen eerbiedigende werking wordt toegepast, zou op zijn minst een ‘step-up’ moeten worden verleend met betrekking tot lucratieve belangen die ten tijde van de indiening van het Wetsvoorstel (13 mei 2008) reeds werden gehouden. Dit is in het verleden in vergelijkbare situaties ook altijd gebeurd, bijvoorbeeld bij de herziening van het aanmerkelijk belangregime per 1 januari 1997. Voor een dergelijke step-up kan heel eenvoudig worden aangeknoopt bij de waardering voor Box 3 per einde kalenderjaar, of als het een aanmerkelijk belang is, bij een eenmalige waardering. Het gaat immers om 100-200 fondsmanagers.

U heeft in de nota naar aanleiding van verslag gezien dat aanslagen over de jaren waarin waardegroei heeft plaatsgevonden en waarover reeds belasting is betaald in Box 3, herzien zullen worden. Dit betreft puur het wegnemen van dubbele belasting, maar ondervangt niet het principiële punt van de terugwerkende kracht.

Tenslotte: veel van de discussie wordt veroorzaakt door onduidelijkheden in het voorstel. Die onduidelijkheden an sich hebben een negatieve impact op ons vestigingsklimaat. Onduidelijkheid leidt tot beëindiging van investeringsactiviteiten, tot vertrek van fondsen en zet in ieder geval een rem op de opzet van nieuwe fondsen. Dat is slecht voor kleine en middelgrote bedrijven in Nederland die financiering nodig hebben. Meer duidelijkheid kan die onzekerheid wegnemen. Dan weet men in ieder geval voor nieuwe gevallen waar men aan toe is. Voor bestaande gevallen blijft ons bezwaar tegen het materieel terugwerkende effect.


Met vriendelijke groet,
NEDERLANDSE VERENIGING VAN
PARTICIPATIEMAATSCHAPPIJEN


Tjarda Molenaar
Directeur

 

 

  Home | Zoek | Contact | Glossary | Links| Disclaimer