|
2007-10-05 NVP adviseert SER inzake medezeggenschap werknemers De NVP heeft op verzoek van de SER advies uitgebracht over de vraag of de huidige wet- en regelgeving inzake medezeggenschap van werknemers in de toekomst anders zou moeten. De NVP vindt het onnodig om de positie van werknemers in ondernemingen te versterken. De NVP onderkent de belangrijke rol van werknemers als stakeholders in een onderneming. In het overgrote deel van de gevallen werken de ondernemingsraad (OR) en het bestuur goed samen. Wanneer een participatiemaatschappij in een bedrijf participeert blijft die samenwerking ongemoeid. In het merendeel van de gevallen neemt de werkgelegenheid en de omzet toe. Tegelijkertijd wordt er meer geïnvesteerd in opleidingen van werknemers.
Het kabinet heeft de SER gevraagd een verkenning te doen naar onder meer het spreekrecht van de OR in een aandeelhoudersvergadering, een grotere betrokkenheid van de OR bij benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen en adviesbevoegdheid van de OR naar de Raad van Commissarissen inzake het beloningsbeleid van het bestuur.
De NVP vindt verdere bevoegdheden van de OR op het gebied van benoeming en ontslag onwenselijk. De OR heeft in een structuurregime alle bevoegdheden die het nodig heeft. Een verdere versterking belemmert een goede corporate governance en verstoort de verhouding in een onderneming. Ondernemingsraden zouden wel bij zichzelf te rade moeten gaan of zij de huidige wettelijke en feitelijke mogelijkheden optimaal benutten.
De Nederlandse wetgeving verschaft overigens, in vergelijking tot de meeste EU lidstaten, aan de OR aanzienlijk ruimere mogelijkheden en bevoegdheden om invloed uit te oefenen. We moeten niet nog verder uit de pas gaan lopen.
Voorts vindt de NVP dat de rol van de OR zich in beginsel dient te beperken tot het sociaal beleid van een onderneming. De betrokkenheid bij fusies en overnames is al in de wet verankerd via de artikelen 24-26 van de WOR. Ook hier geldt dat de bestaande bevoegdheden beter benut moeten worden. Alleen al de aanwezigheid van een OR en een WOR betekent veel. Bestuurders beseffen terdege dat hun plan advies van de OR nodig heeft.
Tenslotte is de NVP van mening dat er een discrepantie bestaat tussen de discussie over Corporate Governance en medezeggenschap. Corporate Governance richt zich met name op beursgenoteerde vennootschappen; de medezeggenschapsdiscussie daarentegen op alle vennootschappen. Participatiemaatschappijen zijn het best vergelijkbaar met familiebedrijven. Zij brengen focus in een onderneming, leveren kennis en kapitaal en werken actief (niet activistisch) samen met het bestuur. Het spreekrecht van de OR in de AVA moet wat betreft NVP beperkt zijn tot beursgenoteerde ondernemingen.
|